Onderzoeken of (voor)oordelen

Kleurrijke puzzelstukjes, door elkaar heen; Photo by Hans-Peter Gauster on Unsplash
Hoe puzzel jij de werkelijkheid aan elkaar?

Vooroordelen zijn de argumenten van de dwazen. (Voltaire)

Mijn grootste leerpunt: van scherpe observatie naar…

Ik merk iets op. En dan flapt er al snel een oordeel uit (over mezelf, of over een ander).

  • Ik vind dat…(die ander iets moet doen of laten).
  • Of: ik moet….(strenge veroordeling van mijn eigen gedrag).

In deze blog onderzoek ik het verschil tussen oordelen en vragen. Kan ik leren om een observatie te formuleren als een echte vraag? En om daarmee vooroordelen te voorkómen?

Wat is een oordeel?

Niet voor niets betekende oordeel in de Middeleeuwen: vonnis, gerechtelijke uitspraak. Het werkwoord waarvan dit zelfstandig naamwoord is afgeleid betekent letterlijk ‘uitdelen, toebedelen’.

Tegenwoordig wordt ‘oordeel’ vaak opgevat als ‘persoonlijke uitspraak, mening’ maar ik denk dat het goed is om die oorspronkelijke juridische betekenis er in je achterhoofd bij te houden. Want een oordeel is sterker dan een mening (‘oor’ is net als ‘oer’, of in toonloze vorm, ‘er’: het versterkt wat er achter komt). En als ‘het toebedeelde’ drukt het ook mooi uit dat de ander er niet om vraagt ;>)

Wat is een vooroordeel?

Een voor-oordeel is letterlijk: ‘een vroeger gewezen vonnis’. Je hebt de neiging om een oordeel dat je eerder over iemand hebt geveld, te herhalen. Ook als je ervaring daarmee in het hier en nu er geen aanleiding voor geeft. Vooroordelen zijn hardnekkige neigingen tot onredelijke, vooropgestelde afkeur of voorkeur van iets of iemand. Als je eenmaal een vooroordeel hebt, is het erg lastig om informatie toe te laten die op het tegendeel wijst.

Wat is een vraag?

In de eenvoudigste vorm is een vraag een complete zin die eindigt met een vraagteken? Daarmee zeg je nog niet voldoende om verschil te kunnen maken tussen oordelen vellen en vragen stellen.

Vind je ook niet dat X zich merkwaardig gedraagt? is in de vorm een vraag, die echter een stevig oordeel uitdrukt. Ik heb eerder uitgebreid geschreven over soorten vragen, en over wat een filosofische vraag anders maakt.

Filosofische vragen, die ik hier voor het gemak ‘echte’ vragen noem omdat ze je denken aan het werk zetten, kunnen niet worden beantwoord met een feitje. Je hebt argumenten en overwegingen nodig, die je haalt uit reflectie op jouw ervaringen en jouw denkbeelden/levensvisie.

Een filosofische vraag drukt uit wat in jouw denken nog niet klaar is. Iets waar je de tijd voor mag nemen om erover na te denken.

Een ander kenmerk van denkvragen is dat ze je laten nadenken over een bepaald begrip. Onder de filosofische vraag ligt dan een ‘wat-is-vraag’ verstopt.

Wat is het belangrijkste verschil tussen een (voor)oordeel en een vraag?

Een vraag stel je. Het is aan de ontvanger of die de vraag aanneemt en er een antwoord op wil formuleren. Je stelt een vraag vanuit niet-weten: er is geen zekerheid over het onderwerp in je vraag. Nieuwsgierigheid is je drijfveer.

Een oordeel deel je uit. De ander krijgt het oordeel in zijn gezicht. En wat doe je er dan als ‘ontvanger’ mee? Instinctief gaat de ander zich waarschijnlijk verdedigen om het oordeel van zich af te houden. Oordeel-tegenoordeel-tegentegenoordeel: het wordt al snel een wapenwedloop. Gelijk willen krijgen (over het uitgedeelde oordeel) als drijfveer is slecht voor de relatie. En dus ook, voor het kunnen oplossen van een eventueel probleem tussen twee mensen. Met stelligheid kom je minder ver dan wanneer je niet zo zeker bent van hoe het zit.

Wanneer vind ik het lastig om vanuit een open houding vragen te stellen?

Ik kan in een vrijblijvende, ontspannen situatie prima vragen formuleren. Het wordt lastig als de ontspanning verdwijnt. Bijvoorbeeld:

  • ik voel me in een hoek gedreven
  • ik voel me aangevallen (ik ervaar een uitspraak van de ander als een (voor)oordeel)
  • ik voel me niet serieus genomen

Inmiddels ben ik aan het leren om de fysieke waarschuwingssignalen daarbij sneller te herkennen, en het te zeggen als ik me ongemakkelijk voel. Dat gaat dan niet over inhoud, maar bijvoorbeeld over de procedure, de relatie of mijn emoties in het gesprek. Wat die signalen zijn, is voor iedereen persoonlijk en anders.

Zo kun je ‘argumenten van een dwaas’ vermijden

Lastige gesprekssituaties zijn onvermijdelijk, dus daarmee ontkom je ook niet aan de verleiding tot het vellen van oordelen (die Voltaire ‘de argumenten van de dwazen’ noemde). Wat kun je dan wel doen?

  • wees je bewust van de vier niveaus in elk gesprek: inhoud, procedure, relatie, emoties.
    • Als het op één van die niveaus niet lekker zit, kun je het probleem proberen op te lossen vanuit het onderliggende niveau.
    • Ga in elk geval niet verder over inhoud als de procedure niet duidelijk is of als de relatie onder zware druk staat, of als je heel boos, gekwetst, verdrietig….bent
  • let op je eigen taalgebruik
    • moeten, vinden wijzen bijvoorbeeld op een oordeel
    • buig dat oordeel om naar een vraag
  • controleer bij jezelf of je oordeel gebaseerd is op een reële ervaring (hier en nu), of dat die gekleurd wordt door eerder gevormde oordelen en dus een vooroordeel is
    • onderzoek het waarheidsgehalte van je (voor)oordeel: klopt het, wat ik denk hierover?
  • ga oefenen. Met een vrien(in), of in de filosofische praktijk.

Leestips voor verdieping

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *