Wat maakt een filosofische vraag anders?

vraagteken als land in een meer
Vragen, vragen, zoveel soorten vragen

Sommige vragen zijn zo goed dat het jammer zou zijn ze met een antwoord te bederven. (Harry Mulisch)

Er zijn allerlei soorten vragen: onderzoeksvragen, retorische vragen, appellerende vragen, reflectieve vragen, enzovoort. Elk type vraag heeft zijn eigen waarde. Maar niet iedere vraag helpt je om je denkonderzoek op gang te krijgen. Deze blog legt het verschil tussen verschillende soorten vragen uit. En ik ga uiteraard ook in op de vragen:

  • Wat zijn de kenmerken van een filosofische vraag?
  • En waarom staat die centraal in een denkgesprek?

Vragen als stijlfiguur

Een retorische vraag stel je niet omdat je een antwoord verwacht van je gesprekspartner. Retoriek is de kunst van het overtuigen. Eigenlijk ‘stel’ je iets, maar je gebruikt de grammaticale vorm van een vragende zin. Het is de bedoeling dat de luisteraar of lezer meegaat met de ‘waarheid’ die de spreker/schrijver in de retorische vraag verpakt heeft.
Je herkent zo’n retorische vraag doordat die, ondanks de woordvolgorde van een vraag, uitgesproken wordt met de intonatie van een gewone zin waarin je een mededeling doet. Voorbeeld van een retorische vraag:

  • “Hoe dom kun je zijn?”

Suggestieve vragen stoppen stiekem (een deel van) het gewenste antwoord in de vraag:

  • Wat voor kleur hoody droeg de overvaller (misschien droeg hij een net pak…)

Een appellerende vraag doet een beroep op de luisteraar. Hier wordt geen antwoord of instemming verwacht, maar een bepaalde vorm van gedrag.
Voorbeeld van een appellerende vraag:

  • “Vind jij het hier ook zo benauwd?” (bedoeld gedrag: zet jij even een raam open?)

Vragen naar de werkelijkheid: weetvragen

Een vraag naar feiten, naar de werkelijkheid, kun je beantwoorden door bijvoorbeeld op Google, in Wikipedia of in studieboeken op zoek te gaan. Of door zelf te testen en te meten. Er is in principe maar één juist antwoord op mogelijk.
Voorbeelden van feitelijke vragen:
Wanneer viel het Duitse leger Nederland binnen?
Wat is de dagelijkse energiebehoefte van een volwassen koolmees?
Wat is de citroenzuurcyclus?

Vragen naar een aanpak, procedure: instrumentele vragen

Instrumentele vragen zetten niet aan tot denken, maar tot oplossen. Bijvoorbeeld:

Via een stappenplan (Youtubefilmpje ;>)) los je dat probleem op. Het is geen vraag waardoor je gaat denken.

Instrumentele vragen lijken soms op denkvragen, als het om abstractere zaken gaat. Je ontdekt dat er iets mee aan de hand is als je het startwoord ‘Hoe’ weglaat. Dat maakt de vraag (als denkvraag) onmiddellijk interessanter. Enkele voorbeelden:

  • (Hoe) kan ik conflicten met mijn medewerkers vermijden?
  • (Hoe) geef ik zonder te oordelen woorden aan mijn ervaring?
  • (Hoe) blijf ik als nieuwe meewerkende voorvrouw onderdeel uitmaken van het team?

Open en gesloten vragen

Er wordt ook vaak verschil gemaakt tussen open en gesloten vragen. Een gesloten vraag begint met een werkwoord en kun je alleen met ja of nee beantwoorden. Of iemand haakt aan bij het meest opvallende woord in jouw vraag en zoekt niet meer naar zijn eigen woorden. Voorbeeld van een gesloten vraag:

  • Heb je nu even tijd voor me?
  • Wil je me even bellen?
  • Was je daar woedend over? (Hier check je wel of je iemand goed hebt begrepen, maar je nodigt haar niet uit om zelf het onderwerp uit te diepen)

Open vragen zijn bedoeld om de ander aan het praten te krijgen. Ze beginnen met een vragend voornaamwoord (wie, wat, waar, hoe, wanneer, waarom, welke, …)

  • Wat is er aan de hand?
  • Wie heeft er baat bij die oplossing?

Andere typen vragen

Natuurlijk bestaan er ook persoonlijke vragen. Daarmee toon je interesse in de ander. Bijvoorbeeld:

  • Hoe gaat het met je?
  • Wat wil je bereiken in je werk?

Een reflectieve vraag stel je aan jezelf of aan iemand anders om van tevoren of na afloop na te denken over een situatie. Bijvoorbeeld:

  • Heb je dat conflict met die medewerker goed aangepakt?
  • Wat zou je de volgende keer anders doen?
  • Welke alternatieven zie ik?
  • Wat is nu het belangrijkste probleem?

Conatieve vragen hebben te maken met je neiging om in actie te komen, met je wil. Bijvoorbeeld een vraag als:

  • Wat zou jij zelf doen?

Een verbeeldingsvraag lijkt soms ook een beetje op een filosofische vraag. Je kunt er meer dan één antwoord op geven én je kunt erover nadenken, het is niet iets wat je kunt weten. Maar als je daarover in gesprek gaat, maak je niet zozeer gebruik van je denkvermogen, maar van je fantasie. Je onderzoekt niet een begrip. Bijvoorbeeld:

  • Wat maak je mee als je een dag als mier leeft?

Je kunt ook vragen naar iemands mening:

  • Wat vind jij van spijkerbroeken?

Filosofische vragen: denkvragen

Kenmerkend voor een filosofische vraag is dat je het antwoord niet kunt opzoeken of kunt meten. Er is niet één vaststaand antwoord, maar er zijn meerdere antwoorden mogelijk. Welk antwoord je kiest, hangt af van je waarden, aannames en vooronderstellingen. Kortom, filosofische vragen zijn denkvragen. Je reageert op een filosofische vraag niet met een feitje, maar met argumenten en overwegingen.

Een ander kenmerk van denkvragen is dat ze je laten nadenken over een bepaald begrip. Onder de filosofische vraag ligt een ‘wat-is-vraag’ verstopt.

Een paar voorbeelden van denkvragen:

  • Maakt het uit in welk land je geboren wordt? (wat is identiteit?)
  • Mag je vanuit een hele goede bedoeling iets heel slechts doen? (wat is goed en wat is slecht?)

Kenmerken van een filosofische vraag

  • er is niet slechts één juist antwoord (wel: meerdere mogelijke antwoorden). Niemand weet het zeker.
  • vraagt niet naar (wetenschappelijke) kennis of feiten
  • vraagt niet naar een mening
  • vraagt niet naar een aanpak of procedure
  • je kunt alleen een (mogelijk) antwoord vinden door na te denken en te redeneren, niet door een experiment te doen of dingen waar te nemen
  • de vraag nodigt je uit om een bepaald begrip te onderzoeken

Waarom staan filosofische vragen centraal in een denkgesprek?

Denkgesprekken kosten moeite. Je kunt het antwoord op je vraag of probleem niet opzoeken, je moet er over nadenken. De filosofisch practicus helpt je daarbij, door je vragen aan te scherpen tot echte filosofische vragen. Je gaat samen begrippen onderzoeken die belangrijk voor je zijn.

En dan ontdek je allerlei aannames en onderliggende waarden. Je geeft woorden aan principes waarmee jij je leven zin en richting wilt geven. En dat geeft je een kompas voor jouw leven, voor de langere termijn. Daar heb je veel aan. Meer dan aan een advies of een oplossing die door een ander voor jou bedacht is.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *