Over verdriet, verlangen en werkelijkheid

Silhouet van iemand die met zijn handen een hartje vormt; foto van Cerys Lowe via Unsplash
Het verlangen naar liefde, tussen toen en straks

Wat is verdriet?

Iedereen krijgt, onvermijdelijk, te maken met verdriet. Je ervaart verdriet na het verlies van iets (iemand) “waarnaar het fundamentele verlangen van het leven uitgaat”, schrijft Ben Schomakers in zijn prachtige filosofische essay Het begin van de melancholie – Over verdriet, verlangen en werkelijkheid.

Verdriet is het directe gevolg van een ingrijpend verlies. Rouw kun je dan beschouwen als de manier waarop degene-met-verdriet kiest om te gaan met het verdriet. Onlosmakelijk verbonden met dat verdriet is verlangen: het verdriet drukt de aanwezigheid en de aard van dat verlangen uit.

Het geluk van vitale zijnsvormen

Hoe werkt dat verlangen door in ons leven? Daarover schrijft Schomakers (P. 139):

Nu is de belangrijkste werkzaamheid in het leven die van de zijnsvorm. Daarheen wenkt ons het verlangen, naar de plaats waar de werkelijkheid voor ons werkelijkheid wordt en wij voor haar ontvankelijk zijn, wij in haar onze opwachting maken, en zij ons daarbij herkent, verneemt en ons antwoord geeft. (…) Zijnsvorm en liefde, zij samen, maken ons gelukkig omdat ze ons in staat stellen in de werkelijkheid te zijn. Om te beginnen. We ervaren dat niet altijd, natuurlijk niet, en het is niet de rechtstreekse inzet van ons handelen, ons zijn en ons verlangen, maar een enkele keer breekt het besef door. Zo is het allemaal goed.

Plezier -kracht, moed, vooruitzicht, innigheid- is de ervaring van de zijnsvorm die nu geldt als het resultaat van het leven dat daaraan vooraf gegaan is.

Wat blijft, is het inzicht in hoe dierbaar dat verloren bestaan was. De vitaliteit daarvan helpt ons om het werkelijke bestaan (hier, nu) opnieuw te bevestigen. Het lijkt alsof we gedragen worden door een verlangen dat ons kent en de juiste weg wijst. En door dat gevoel te ervaren, geven we glans aan de werkelijkheid om ons heen.

Op de grens van zelf en werkelijkheid

Abstract filosoferend nemen filosofen vaak afstand van de werkelijkheid, van het zelf ervaren. Dat is een risico, en jammer, want je sluit je ook af voor het betoverende, gelukkig makende van de directe ervaring dat er ook is, naast de moeilijke kanten ervan. Sluit je daar niet voor af, zegt Schomakers in zijn boek (P. 177): “Een leven geleid in filosofische abstractie laat filosofen in de steek omdat ze niet tot een vruchtbare zijnsvorm komen waarin het verlangen naar de werkelijkheid zich kan realiseren.” Het verlangen naar de werkelijkheid is de motor waarmee je vanuit verdriet verder kunt reizen naar een andere vorm van zijn, waarmee vreugde (en soms geluk) weer dichterbij komen. Het verlangen helpt je balanceren op een grenspositie tussen zelf en werkelijkheid. Dat is de vrijheid die samengaat met voorzichtigheid, goed waarnemen en dan aarzelend iets doen. Niet de vrijheid van stellig weten, de doelgerichte machtsgreep, frustratie en geweld.

Ik kies na het lezen van dit boek van harte voor de eerste vorm van vrijheid, door het leven te beschouwen als “een weg van zijnsvorm naar zijnsvorm, geijkt aan het zelf, gegidst door ons bijna alles voor ons onthoudende verlangen naar de werkelijkheid.” (P. 184)

En ik ga op mijn gemak nadenken over dat wonderlijke woord ont-houden: tegelijkertijd niet-vergeten en niet-bereikbaar-of-aanraakbaar-zijn. Uiteindelijk is dat voor mij de essentie van rouwen om een overleden dierbare.

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *