Filosofische inspiratiebronnen voor mijn praktijk

Man springt over een kloof tussen twee gebouwen, laagperspectief; foto van Sonja Guina via Unsplash

Socrates: de aporie

Socrates, de Griekse filosoof die zo’n 20 eeuwen geleden leefde, is een goed voorbeeld en een startpunt voor het vragend wijzer worden.

Hij stelde elke vraag die in hem opkwam, ook aan Zeer Belangrijke Personen, ook heel hinderlijke vragen. En hij ging door met vragen totdat zijn dialoogpartner een grens bereikte. Die grens wordt aporie (letterlijk: niet-doorwaadbare plaats) genoemd. Dat is de plek waar je geen antwoorden meer hebt, alleen nog iets uitbrengt als:

hè?

Het goede nieuws is dat je vanuit die grens toch ook weer een nieuwe doorgang kunt vinden.

Hegel: begrippen die zich ontwikkelen

Het is onbevredigend om te stoppen waar je het niet meer weet. Als je wijzer wilt worden, tenminste.

De Duitse filosoof Hegel (1770-1831) biedt een manier om verder te komen. Hij onderzoekt op een bijzondere manier begrippen en laat die zich verder ontwikkelen, door erover na te denken.

Wat is een begrip?

Een begrip is iets waarover je kunt nadenken. Iets is pas een begrip wanneer het duidelijk en eenduidig beschreven is. Je kunt het dan niet meer verwarren met iets anders dat er misschien wel dicht bij in de buurt komt. Kortom, je moet zo nauwkeurig mogelijk bepalen wat X is. Daarvoor moet je wat eerst abstract is, concreter invullen.

Van een abstract naar een concreet begrip

Als je begint met nadenken over een begrip, is dat vaak nog iets heel abstracts. Abstraheren is iets ontdoen van datgene wat het herkenbaar maakt. In het schilderij hiernaast (Foto door JR Korpa op Unsplash) herken je nog vaag een mensfiguur. Je ziet niet goed of het een man of een vrouw is, laat staan welk individu het voorstelt.

Concreet betekent letterlijk samengegroeid. Iets concreet maken, houdt zoiets in als aan een vorm binden: dat het werkelijk bestaat, feitelijk zo is.

Hegel’s opheffing van de aporie

Het geniale van Hegel is dat hij verder denkt dan die eerste stap, het benoemen van het abstracte begrip. Hij roept je op om dat begrip concreet te maken. Als je precies bepaalt wat X is, ken je ook de negatie van X (dat wat X niet-is). Wat X is, en wat het niet-is, is beide waar. Ze horen onlosmakelijk bij elkaar. En tegelijk zijn ze met elkaar in conflict.

Dat is het punt waar je volgens Socrates de aporie ervaart: hè? Hoe zit dat nou?

In de confrontatie van deze beide kanten, van de definitie en de negatie daarvan, heb je de kans om die beide op te heffen. In twee betekenissen: je doet ze teniet, én je tilt ze op naar een hoger niveau. Er komt een nieuw woord in je op, waarin de definitie zich verzoent met de negatie. Dat klinkt heel ingewikkeld. Is het ook ;>) en tegelijk helemaal niet.

De opheffing is het logische vervolg van de confrontatie van beide polen met elkaar.

Word ik daar wijzer van, van die opheffing van de aporie?

Ja. Want het geeft je een concreter (meer ingekleurd) begrip als startpunt voor het verder ontwikkelen van je denken. Je snapt net iets meer van de werkelijkheid. En je traint je denkvermogen. Dat sluit aan bij de definitie van wijs die Van Dale online geeft: “verstandig, door ervaring geleerd; van gezond verstand, van goed overleg getuigend.” De ervaring van hoe een begrip zich ontwikkelt, maakt je echt (een beetje) wijzer.

Lees ook eens:

Share

Een reactie plaatsen

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *