Waarom denken niet is wat je denkt

Brandende gloeilamp in hand. Photo by Rohan Makhecha on Unsplash

Niet: piekeren

Vrouw schommelt onder een kokosboom op een tropisch strand. Photo by Marvin Meyer on Unsplash
Piekeren, net als schommelen, kost energie en brengt je nergens naartoe.

Piekeren is de verkeerde kant op fantaseren, volgens Pinterest tenminste. Of, iets origineler: piekeren is als schommelen. Je bent wel bezig, maar je komt niet van je plaats.
Als je piekert, maak je je zorgen over iets. Vaak draai je in kringetjes rond, van je uitgangspunt (wat als…) via extra rampspoed (en als dan ook nog eens…) terug naar stilstand. Het levert je geen inzicht op. Na een ronde piekeren heb je geen enkele denkstap verder gezet.

Niet: op de divan

Gele divan. Photo by Christelle BOURGEOIS on Unsplash
Alles onmiddellijk uitspreken wat in je hoofd rondspookt is niet hetzelfde als denken.

Liggend op een divan bij je psychiater vrijuit alles uitspreken wat bij je opkomt, de klassieke Freudiaanse psychoanalyse, is ook niet hetzelfde als denken. Het levert wel een mooie stream of consciousness op, met rijk analysemateriaal voor de psychiater. Maar voor denken is iets anders nodig.

Niet: associëren

Netwerk van licht in een parkeergarage in Toronto. Photo by Marius Masalar on Unsplash
Associëren is het koppelen van beelden.

Vrij associëren is een handige techniek in een brainstorm. Maak maar eens een mindmap over een onderwerp dat je bezighoudt; dat helpt om in kaart te brengen wat er allemaal bij je onderwerp of vraag komt kijken. Hierbij is je brein in elk geval actief, fladderend van het een naar het ander. Echt denken begint echter pas nadat je het een en ander op papier hebt gezet: begrippen definiëren, er logische ordening in aanbrengen, oordeel vormen over prioriteiten, enzovoort.

Niet: fantaseren

Zwart-witte muurschildering van een eenhoorn. Photo by Karen Powers on Unsplash
Alleen in mijn fantasie bestaan eenhoorns

Ook fantaseren is niet hetzelfde als denken. Fantaseren wordt namelijk (per definitie!) niet beperkt door de realiteit, door wat wel of niet mogelijk is. Denken wel: dat houdt altijd verband met de wereld waarin we leven. En daarin komen, helaas, geen eenhoorns voor. Je kunt dus best denken aan (het mythische dier) de eenhoorn, of aan iets dat nog nooit iemand eerder heeft bedacht. Maar dat blijft een verzinsel dat je niet kunt toetsen. De begrippen waarmee je denkt, hebben wel grenzen, juist omdat ze iets in de werkelijkheid beschrijven.

Niet: beelddenken

Leesbril op opengeslagen boek op leeg notitieboek met pen ernaast. Photo by Debby Hudson on Unsplash
Niet iedereen leert op dezelfde manier.

Een mythe die bij veel ouders en leerkrachten gehoor vindt, is dat er sprake zou zijn van een tweedeling in aanleg tussen beelddenkers en talige denkers. Daarop is veel kritiek, ook in onderwijsland zelf. Gedegen wetenschappelijk onderzoek dat beelddenken aantoont, is er niet. Anekdotisch kan goed resultaat worden behaald wanneer een leerkracht rekening houdt met voorkeursverschillen in leerstijl (via taal, of via beweging, of via, inderdaad, plaatjes, bijvoorbeeld). Maar dat is nog geen bewijs dat er iets als beelddenken bestaat. Het laat hooguit zien dat het taal- of redeneervermogen niet bij alle mensen in gelijke mate is ontwikkeld.

Niet: leren

Drie vrouwen oefenen de handstand. Photo by Mark Zamora on Unsplash
De handstand leer je door te oefenen, niet door te denken.

Leren kán samenhangen met denken. Door inzicht in een wiskundeopgave kun je die oplossen. Beter begrip van de wetten van Newton leert je waarom een vliegtuig niet zomaar uit de lucht valt, zolang de motoren werken. Maar er zijn ook veel andere manieren om te leren: door herhaling, bijvoorbeeld. Of door iemand na te doen. Of, zoals biologen als Skinner ontdekt hebben, door stimulus-response training. Denken kan behulpzaam zijn bij het leren, maar die twee vallen dus niet samen.

Wat is denken?

Samengesteld beeld met een landkaart, fototoestel, vergrootglas, munten, briefgeld en een paspoort. Photo by Francesca Tirico on Unsplash
Denken: op avontuur gaan, inzoomen op details, tijdelijk op foto vastleggen, wisselgeld inleveren, …

Denken is een uniek vermogen van mensen. Zij kunnen taal gebruiken om definiërend en redenerend iets in de werkelijkheid te onderzoeken.
Voor denken zijn begrippen nodig. Daarmee ‘grijp’ je, gevat in taal, iets van de werkelijkheid vast. Je bekijkt het van allerlei kanten, zodat je er de grenzen van kunt aangeven. Als je spreekt over wat X is, zeg je tegelijkertijd iets over wat X niet is. Al snel doemt er een volgend begrip op, misschien het tegengestelde van X, misschien iets wat er op lijkt maar toch anders is. Door te redeneren, opeenvolgende begrippen met elkaar te contrasteren, ontwikkel je je inzicht. Je stelt vast wat de grens is van het begrip, hoe het samenhangt of botst met andere begrippen. Daardoor ontwikkel je een beter afgebakend en tegelijk rijker begrip van de werkelijkheid.

Share